Bewaar en gebruikstermijnen bereidingen
Bewaar – en gebruikstermijnen voor in de apotheek bereide geneesmiddelen
Voor de rubriek ‘magistraal’ kregen we een inzending van prof. Em. R. Kinget. Het gaat om een update van appendix IV van het Galenisch Formularium (ook van de hand van prof. Kinget). Een primeur voor het AFT omdat prof. Kinget ‘gezien de onzekerheid over vervaldata van bereidingen niet wou wachten op een nieuwe uitgave’.
Af en toe worden op de KULeuven vraagbox (http://pharm.kuleuven.be/pharbio/vraagbox.htm) vragen gesteld over de houdbaarheid van bereidingen, die in de apotheek worden klaargemaakt. Die houden meestal verband met samenstellingen, die in middelgrote aantallen of hoeveelheden worden bereid; de zogenaamde officinale bereidingen of ook nog huispreparaten genoemd. Ook de voorraden van vaak voorgeschreven magistrale bereidingen en de halffabrikaten, die we gebruiken voor de bereiding van bepaalde samenstellingen, vallen onder deze noemer. Dergelijke vragen worden gesteld omdat de houdbaarheidstermijn, die voorzien is voor de meeste samenstellingen, die beschreven worden in het Therapeutisch Magistraal Formularium (TMF) (1), beperkt wordt tot twee maand. Een termijn van twee maand is zeker geschikt voor magistrale bereidingen daar deze voor één behandeling bestemd zijn en het in voorraad houden van magistrale bereidingen door de cliënt niet gewenst is. Voor officinale bereidingen is een dergelijk korte houdbaarheid helemaal niet geschikt.
Gebruiks- en bewaartermijn
Vaak vragen cliënten hoe lang hun geneesmiddelen, die in de apotheek werden bereid, kunnen worden bewaard. Daar in de meeste gevallen de verpakking onmiddellijk na de aankoop wordt aangebroken, wordt in feite gevraagd naar een uiterste gebruiksdatum of maximale gebruikstermijn voor preparaten voor veelvuldig gebruik. Onder de daarnaast bestaande bewaartijd moet dan de termijn worden verstaan gedurende de welke het geneesmiddel in een onaangebroken verpakking kan bewaard worden. Deze komt in aanmerking voor officinale bereidingen.
Uitgangspunten.
1. De levensduur (bewaartijd + uiterste gebruiksdatum) van een geneesmiddel, bereid in de apotheek, wordt gesteld op ten hoogste één jaar. Niet elke auteur deelt die mening. Sommigen (2,3) hanteren langere termijnen, die voor bepaalde samenstellingen door een houdbaarheidsonderzoek worden onderbouwd. Terwijl anderen (4) opteren voor een korte termijn. Rekening houdend met een onduidelijkheid over de omstandigheden van bewaring bij de cliënt alsook met de beperktheid van het houdbaarheidsonderzoek menen we dat één jaar een realistische en voor de praktijk aangepaste termijn is. Immers het houdbaarheidsonderzoek, dat in de apotheek mogelijk is, beperkt zich meestal tot een controle van de organoleptische eigenschappen, van de afwezigheid van verkleuringen of vorming van een neerslag en voor sommige preparaten een ph controle.
Dus kan bijvoorbeeld een preparaat met een maximale gebruikstermijn van één jaar, dat gedurende vier maand in voorraad stond in de apotheek, nog maximaal gedurende acht maand door de cliënt worden gebruikt.
Een belangrijke uitzondering op deze regel dient te worden gemaakt voor die samenstellingen, waarvoor in de literatuur (farmacopee, formularium, tijdschrift) een langere houdbaarheidstermijn in een onaangebroken verpakking wordt vermeld op basis van een stabiliteitsstudie.
|
Preparaat |
Verpakkingsvorm |
Maximale bewaartermijn in de apotheek |
Maximale gebruikstermijn |
|
Capsules Uitgez. hygroscopische |
in goede gesloten vaten of blisters |
BD + 1 jaar |
BD*+1 jaar |
|
Crèmes en gelen Geconserv. Niet geconserv. In bulk, geconserveerd** |
tube
pot |
BD + 1 jaar - BD + 6 maand |
BD + 1 jaar 1 week BD + 6 maand |
|
Neusdruppels Geconserv. |
sprayflacon |
BD + 9 maand |
EG*** + 3 maand |
|
Oogbaden Geconserv. Niet geconserv. |
fles |
- - |
7 dagen 24 uren |
|
Oogdruppels Geconserv. Niet Geconserv. |
zentrop-flesje |
- - |
EG + 1 maandag moeilijk te bepalen, afhankelijk van samenstelling en bewaring |
|
Oogzalven Waterhoudend Watervrij |
tube |
- - |
EG + 1 maand EG + 6 maand |
|
Oogdruppels Waterig, steriel Niet-waterig |
zentrop-flesje pipetflacon |
- BD +1 jaar
|
EG + 1 maand EG + 6 maand |
|
Vloeistoffen - inw. en uitw. gebruik - waterig: geconserv. niet geconserv. - soepel - + comprevloeist. - niet-waterig - aërosolvloeist. Geconserv. Niet geconserv.
|
fles |
BD + 1 jaar - - BD + 1 jaar
- - |
EG + 6 maand EG + 1 week EG + ½ week EG + 6 maand
EG + 1 maand EG + 24 uur |
|
Zalven Uitgez. + vluchtige stoffen Watervrij In bulk
|
tube pot |
BD + 1 jaar BD + 1 jaar |
BD + 1 jaar BD + 1 jaar |
|
Zetpillen Uitgez. + vluchtige stoffen Waterhoudend Watervrij
|
in goede gesloten vat of strips |
BD + 6 maand BD + 1 jaar |
BD + 6 maand BD + 1 jaar |
2. Worden voor de bereiding van magistrale formules, die in voorraad worden gehouden, of van huispreparaten aangekochte halffabrikaten aangewend dan wordt steeds een nieuwe onaangebroken verpakking gebruikt.
3. Ook de microbiologische aspecten, die de duur van de gebruikstermijn bepalen, kunnen niet worden verwaarloosd. Er moet rekening gehouden worden met:
- De kans op besmetting (aard van de verpakking, gedrag van de cliënt)
- De kans op vermeerdering van micro-organismen (aanwezigheid van een conserveermiddel, bewaaromstandigheden)
- De risico’s voor de patiënt van een besmet preparaat (toelaatbaar kiemgetal)
Ook hier hebben we met enkele kwantitatief niet-voorspelbare parameters te maken.
4. De maximale termijn is duidelijk afhankelijk van de chemische stabiliteit van de verwerkte producten. Het is dus essentieel dat een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen stabiele en onstabiele grondstoffen. Voor deze laatste dient de apotheker een maximale gebruikstermijn mede te delen aan de cliënt samen met strikt te volgen bewaaromstandigheden. Labiele grondstoffen zijn niet geschikt voor officinale bereidingen. Voor de stabiele kan een gebruikstermijn per type preparaat worden voorgesteld. Het is evident dat de vervaldatum van de grondstoffen groter dient te zijn dan de levensduur van de bereiding.
De tabel geeft enkele richtlijnen. Bij het opstellen van deze richtlijnen werd verondersteld dat:
- het actieve bestanddeel geen zeer korte levensduur heeft en, indien nodig, aandacht wordt besteed aan de optimalisatie van de stabiliteit.
- de samenstelling berust op een degelijk ontwerp dat eventueel uit een erkend formularium overgenomen werd
- met de hygiënische voorschriften voor en gedurende de bereiding nauwgezet rekening wordt gehouden (bv. Gebruik van een ontsmette saptel voor afname van een hoeveelheid geprefabriceerde crème)
- ‘alle’ voorgeschreven receptuurregels strikt worden opgevolgd.
Besluit
Dit kort artikel wil de onzekerheid weg nemen, die heerst over de
houdbaarheid van in de apotheek bereide preparaten en dit sinds het
verschijnen van het Therapeutisch Magistraal Formularium. Tevens
biedt ze de gelegenheid Appendix IV in het handboek ‘Galenisch
Formuarium’ (5) uit te breiden naar de voorraad- en officinale
bereidingen. De tabel kan van nut zijn voor de bepaling van hun
lotgrootte.
Een overzicht van de houdbaarheid van de voornaamste grondstoffen, al of niet verwerkt in een toedieningsvorm, zou een zeer nuttige aanvulling zijn.
Bron: Prof. Em. R. Kinget
* BD = bereidingsdatum (≠ datum van aflevering).
** Voor aangekochte halffabrikaten BD = datum van aanbreken van de verpakking.
*** EG: datum van eerste gebruik.
